Peter van der Steege
← Terug naar overzicht

Merkstrategie

Je bedrijf groeit, maar je merk verdunt: waarom merkstrategie nu pas echt begint

Merkstrategie is geen marketingkostenpost, maar het fundament onder groei. Waarom het urgenter wordt zodra je personeel aanneemt.

6 juni 2026 · 7 min lezen
Merkstrategie groeiend bedrijf: blog van Peter van der Steege over merk, groei en personeel

Geen bank heeft ooit een lening geweigerd omdat de merkstrategie ontbrak. Toch staat merkstrategie groeiend bedrijf nergens op de standaardchecklist van banken, accountants of subsidieloketten. Banken vragen om een businessplan, een begroting, een liquiditeitsprognose. De accountant vraagt om cijfers, het subsidieloket om een projectplan. Niemand vraagt naar het document waarin staat waarom een klant voor jou kiest en niet voor die andere drie aanbieders die hetzelfde beloven.

Toch is dat precies het document dat bepaalt of al die andere papieren over vijf jaar nog ergens over gaan. In dit artikel laat ik zien waarom merkstrategie voor een groeiend bedrijf geen marketingkostenpost is, maar een bedrijfsfundament, wat het harde bewijs daarvoor is, en waarom het urgent wordt op het moment dat je personeel aanneemt.

Sterke merken groeien sneller, doorstaan crises beter en geven hun eigenaren prijszettingsmacht. Dat is geen gevoel, maar meetbaar, van Kantar tot McKinsey. Het kantelpunt ligt niet bij je omzet, maar bij je personeelsbestand: zodra meer mensen jouw verhaal vertellen, verdunt het. Tenzij je het verankert. Merkstrategie groeiend bedrijf werkt precies op dat kantelpunt.

Merkstrategie groeiend bedrijf: wat je businessplan niet vertelt

Een businessplan beschrijft wat je gaat doen. De markt, het aanbod, de prognoses, de risico's. Nuttig, zeker voor de bank. Een merkstrategie beantwoordt een andere vraag: waarom kiest een klant voor jou? En de vraag die ondernemers daarbij stelselmatig overslaan: waarom blijven je beste mensen bij je werken, terwijl de concurrent meer betaalt?

Het verschil wordt zichtbaar in een onderzoekscijfer dat ik graag aan ondernemers voorleg. John Dawes van het Australische Ehrenberg-Bass Institute rekende uit dat op elk willekeurig moment maar zo'n vijf procent van je potentiële klanten actief op zoek is. De overige vijfennegentig procent koopt later. Over een half jaar, over twee jaar. En wanneer ze zover zijn, kiezen ze het merk dat dan al in hun hoofd zit.

Je businessplan organiseert de vijf procent van vandaag. Je merkstrategie wint de vijfennegentig procent van morgen. Wie alleen op het eerste stuurt, koopt elke klant opnieuw in met advertenties, kortingen en offertetrajecten. Wie op het tweede bouwt, wordt gevonden voordat de vraag gesteld is. Dat onderscheid maakt merkstrategie groeiend bedrijf tot een investering, niet een kostenpost.

Waar een merkstrategie uit bestaat

Voor de duidelijkheid: een merkstrategie is geen logo en geen campagne. Het is een set keuzes die op papier staat en die iedereen in het bedrijf kan navertellen. De eerste keuze is positionering: voor wie ben je er, en waarom doet dat ertoe? Niet wat je doet, maar waarom een klant dat bij jou haalt.

De tweede keuze is structuur: hoe verhouden je diensten, productlijnen of vestigingen zich tot elkaar, en wie draagt wat uit? De derde is taal: hoe klinkt je bedrijf, welke beloften doe je wel en welke nadrukkelijk niet? De vierde is vorm: hoe ziet het merk eruit, en zijn die richtlijnen bruikbaar in de dagelijkse praktijk of liggen ze als dikke pdf in een la?

Vier keuzes. Geen van de vier staat in een businessplan, en geen van de vier kun je delegeren aan een marketingstagiair. Ze bepalen samen of je bedrijf één verhaal vertelt of twaalf. Ze vormen de kern van iedere merkstrategie groeiend bedrijf die stand houdt.

De cijfers waar je accountant stil van wordt

Voor wie een zacht woord vindt, is er hard bewijs. Onderzoeksbureau Kantar volgt al twintig jaar de sterkste merken ter wereld in de BrandZ-studie. Een beleggingsportefeuille van die merken groeide tussen 2006 en 2025 met 435 procent in beurswaarde. De S&P 500, zeg maar het gemiddelde van de Amerikaanse beurs, bleef steken op 353 procent.

Interessanter is wat er gebeurde in de crisisjaren 2008 en 2020: de sterkste merken daalden minder, herstelden sneller en eindigden hoger. Een sterk merk is geen opsmuk voor goede tijden. Het is een buffer voor slechte.

Interbrand rekent jaarlijks uit welk deel van een koopbeslissing puur door het merk wordt gedreven, los van prijs of functionaliteit. Stijgt dat aandeel met één procent, dan stijgt de beurswaarde van het bedrijf gemiddeld met 2,3 procent. McKinsey becijferde daarnaast dat B2B-bedrijven met een sterk merk hun aandeelhouders twintig procent meer rendement leveren dan zwak gemerkte concurrenten. Merk is dus geen consumentending; juist in zakelijke markten, waar beslissers risico's mijden, is een vertrouwde naam doorslaggevend.

En dan is er het effectiviteitsonderzoek van Les Binet en Peter Field, gebaseerd op bijna duizend campagnes over dertig jaar. Hun conclusie: investeren in merkopbouw wint het op termijn van losse verkoopacties, op marktaandeel, op marge en vooral op prijszettingsmacht. Meer kunnen vragen zonder klanten te verliezen: dat is wat een merk financieel doet.

Ik hoor de tegenwerping al: dit gaat over beursgenoteerde reuzen. Klopt. Maar het mechanisme is schaalonafhankelijk. Voorkeur ontstaat voordat de koopvraag er is, bij Apple precies zoals bij een installatiebedrijf met vijftien monteurs. De reuzen zijn alleen beter gedocumenteerd.

LEGO werd niet gered door een spreadsheet

In 2003 verloor LEGO een miljoen dollar per dag. Het bedrijf torste achthonderd miljoen dollar schuld en analisten gaven het nog achttien maanden. Aan cijfers geen gebrek, aan plannen evenmin. Wat ontbrak was een antwoord op de merkvraag.

De nieuwe topman Jørgen Vig Knudstorp begon daarom niet met een reorganisatieschema, maar met die ene vraag: waar houden mensen eigenlijk van bij LEGO? Het antwoord, creatief bouwen, werd het mes waarmee hij sneed. Het aantal unieke onderdelen ging van dertienduizend naar zevenduizend, de pretparken werden verkocht, alles wat niet bijdroeg aan dat ene antwoord verdween. Ruim tien jaar later was LEGO het grootste speelgoedbedrijf ter wereld; in 2024 boekte het een recordomzet van omgerekend bijna elf miljard dollar.

De les zit niet in de schaal, maar in de volgorde. Eerst de merkvraag, dan het plan. Dat is de logica van merkstrategie groeiend bedrijf: de spreadsheet volgt de strategie, niet andersom.

Een reep met een mening

Dichter bij huis. Tony's Chocolonely begon in 2005 als actie van journalisten, zonder fabriek, zonder distributiemacht, zonder prijsvoordeel. Wat het wel had: een missie (slaafvrije chocolade), een verpakking die schreeuwt in het schap en een verhaal dat klopt tot in de ongelijk verdeelde stukken van de reep.

Twintig jaar later heeft Tony's zo'n vijftien procent van het Nederlandse chocoladeschap en een omzet die voorbij de tweehonderd miljoen euro groeide. In de Verenigde Staten ligt de reep inmiddels landelijk bij Walmart en Costco. Voor de volledigheid: Tony's draait verlies, 6,8 miljoen in het laatste boekjaar, omdat het zwaar investeert in internationale groei. Een sterk merk is een fundament, geen toverstaf. Maar probeer als nieuwkomer zonder dat fundament maar eens schapruimte te veroveren bij Albert Heijn én Walmart tegelijk.

Het merk dat zichzelf cadeau deed

Het derde voorbeeld komt uit mijn eigen stad. Voys, telecombedrijf uit Groningen, opgericht in 2006, bedient ruim dertigduizend zakelijke klanten met 250 medewerkers en nul managers. In 2024 deden de oprichters er nog een schep bovenop: ze schonken hun aandelen via steward ownership aan het bedrijf zelf. Voys kan nooit meer verkocht worden; de winst dient voortaan per statuut de missie.

Ik werkte met mijn bureau Fitbrand aan de internationale merkstrategie van Voys en zag van binnen wat het verschil maakt: het merk zit daar niet op een marketingafdeling. Het zit in de structuur. Vraag een willekeurige medewerker waarom Voys bestaat en je krijgt in essentie hetzelfde antwoord, zonder dat een manager het heeft voorgekauwd. Er is namelijk geen manager.

Dat is wat merkstrategie in een bedrijf met personeel moet doen: het verhaal uit het hoofd van de oprichter halen en in de organisatie zelf verankeren. Zodat het blijft staan, ook als jij er een week niet bent.

Het kantelpunt heet personeel

Bij de eenpitter is merkconsistentie gratis. Eén hoofd, één verhaal. Elke offerte, elk klantgesprek, elke post komt uit dezelfde bron en klinkt dus vanzelf hetzelfde.

Dan neem je mensen aan. En elke nieuwe collega is een nieuwe interpretatie van je verhaal. Sales belooft net iets anders dan de website, de nieuwste vestiging communiceert anders dan de eerste, en na de tiende medewerker hoor je je eigen bedrijf niet meer terug in de offertes. Dat is geen slordigheid van je mensen. Het is een structuurprobleem: het merk is nooit uit jouw hoofd verhuisd. Merkstrategie groeiend bedrijf lost precies dat op.

Dat dit chefsache is, laat Dario Amodei zien, topman van AI-bedrijf Anthropic. Hij besteedt veertig procent van zijn werktijd aan cultuur; ik schreef er eerder over. Cultuur is merkregie naar binnen: zorgen dat iedereen hetzelfde verhaal niet alleen kent, maar ook gelooft.

Voor die fase ontwikkelde ik het PACE-model: merkregie voor organisaties met meerdere teams, disciplines of vestigingen. Vier stappen, van positionering via merkarchitectuur en communicatie naar expressie, die het merk uit losse hoofden halen en in werkende afspraken vastleggen. Werk je nog alleen, dan is het Merkkoers-traject de logischere route; dit verhaal gaat over de stap daarna.

Draaiende houden of gekozen worden

Een businessplan houdt je bedrijf draaiende. Een merkstrategie groeiend bedrijf houdt het gekozen. En kiezen, dat doen je klanten én je beste mensen elke dag opnieuw.

Benieuwd waar jouw merk verdunt? Plan een gesprek.

Veelgestelde vragen

Geschreven door

Peter van der Steege is merkstrateeg, ontwerper en Ai-regisseur. Hij bouwt merken voor ondernemers en schrijft over wat merken sterk maakt, van strategie tot de rol van AI en menselijkheid. Hij woont en werkt in Groningen.