Peter van der Steege
← Terug naar overzicht

Essay

Wees kritisch. Wees in godsnaam kritisch!

Een klant stuurde mij een voorwoord van acht pagina's, geschreven door ChatGPT, en heeft vier rondes nodig voor iets wat hij in één ronde had kunnen doen. Diezelfde ochtend bewijst een andere klant het tegendeel. Het gereedschap is identiek, de uitkomsten zijn tegenovergesteld. Mensen worden niet dommer van AI. Ze worden lui op de plek waar het oordeel zit, en dat is de duurste plek die er is.

9 september 2026 · 10 min lezen
Proefdruk van een tekst: schrijfblok met blauwe aantekeningen, doorhalingen in zwarte stift, pijlen en notities in de marge.ai generated

Een klant stuurt me het voorwoord van zijn styleguide. Acht pagina's. Ik lees de eerste alinea. In alinea vier staat diezelfde gedachte er nog een keer, iets anders geformuleerd, en in alinea zeven voor de derde keer. Het is geen tekst, maar een echo die zichzelf hoort. En welk voorwoord heeft er eigenlijk acht pagina's nodig?

Ik mail hem terug dat hij moet kappen met ChatGPT. Hij is het met me eens. Dat schrijft hij een dag later, in een mail waarin hij meteen om een compromis vraagt. Dan stuurt hij een nieuwe versie, deze keer door hemzelf geschreven. Die is goed.

Tel even mee. Eén voorwoord. Vier rondes. Twee daarvan gaan over de vraag waarom het eerste stuk niet deugt.

Dat is geen mening over kunstmatige intelligentie. Dat is een extra factuur.

De proef en het eindproduct

In het vak van drukkers zit er een moment tussen het maken en het drukken. De proefdruk. Je krijgt een vel of een heel boek terug. Je legt er een liniaal langs. Je kijkt er dan echt naar. Je leest de tekst nog één keer grondig door met een potlood en een stift in je hand. Pas daarna draait de pers duizend vellen.

Die proef is het product niet. Iedereen weet dat. De proefdruk bestaat om je te laten zien wat er eventueel nog niet klopt. Veel mensen sturen de proef nu meteen aan mij door, alsof het de oplage is.

Een taalmodel levert altijd een perfecte proefdruk. Een keurige, vloeiende, direct leesbare proefdruk, en dat is precies het probleem. Hij ziet er af uit. Een halfbakken schets herken je meteen als schets. Acht pagina's onberispelijk Nederlands niet. Er zit geen enkel signaal in de tekst dat zegt: 'Hier moet nog iemand naar kijken!'.

Mijn klant slaat die stap niet over omdat hij lui is. Hij slaat hem over omdat niets hem eraan herinnert dat er nog een stap ís. Zijn eigen oordeel. En zijn eigen visie. Hij dondert de zaken waar we tot voor kort nog zoveel waarde aan hechtten klakkeloos in de prullenbak.

Lees in godsnaam

Want dat is wat die stap is. Lezen. Niet scannen, niet doorbladeren op zoek naar iets wat eruit springt, maar regel voor regel lezen wat er staat.

Je hebt er natuurlijk geen tijd voor. Er liggen al achttien andere dingen op je dagelijkse bordje en dit is tenminste af, dat zie je zo. Alleen zie je dat helemaal niet. Je ziet dat het er af uitziet, en dat is iets anders. Acht pagina's traag lezen kost twintig minuten en verslapt de aandacht van je team. Daarna moeten ze het hele handboek nog lezen en gaan uitdragen naar de klanten toe. Ik hoop niet dat ze gaan praten als een AI-robot.

Vier rondes kosten ons twee weken extra. En de klant krijgt een extra factuur.

Vloeiende AI taal nodigt uit om te glijden. Je oog schiet vooruit, de zinnen bieden geen weerstand, en na drie alinea's denk je dat je het gelezen hebt. Bij een houterige tekst gebeurt dat niet, die dwingt je te stoppen. Dus lees je eigen tekst voordat je hem verstuurt. Hardop, als je durft. De herhaling in alinea vier hoor je binnen tien seconden.

Waar ik ongelijk krijg

Dezelfde ochtend dat ik dit bedenk, komt er een mail binnen die me volledig tegenspreekt. Een opdrachtgever van de HU in Utrecht laat een groep mensen een nieuwe website testen. Ze levert twee Word documenten aan. Het eerste is met de hand geschreven, punt voor punt, met schermafbeeldingen erbij. Voorbeeldig werk. In het tweede document zit een technische analyse die een collega van haar door een AI heeft laten maken. Mijn klant schrijft erbij dat ze dat stuk zelf niet kan beoordelen.

Ik laat elk punt daaruit nakijken in de code. Geen sitemap. Geen canonical. Eén paginatitel voor de hele site, in het Engels, ook op de Nederlandse versie. De vragen in de veelgestelde vragen zijn geen echte knoppen, dus wie met een toetsenbord werkt komt er niet in. Het klopt allemaal.

Dat rapport bespaart mijn team een dag zoeken en het vindt iets wat we vóór de livegang moeten weten. Als ik hier wil beweren dat mensen dommer van AI worden, dan moet ik dit voorbeeld eerst opeten.

Kijk naar het verschil tussen die twee gevallen, want daar zit mijn hele verhaal in. Het gereedschap is identiek. De uitkomst is tegenovergesteld. En het onderscheid zit niet in de machine.

De opdrachtgever schrijft erbij dat ze het niet kan beoordelen. Dat is precies de zin die mijn klant niet schrijft.

De een stuurt een proefdruk door en zegt erbij dat het een proefdruk is. De ander stuurt een proefdruk door en noemt het zijn voorwoord.

Wat het onderzoek wel en niet zegt

Word je nou dommer van AI? Ik denk dat die opmerking te kort door de bocht is.

Michael Gerlich onderzoekt 666 mensen en publiceert begin 2025 in het vakblad Societies dat wie veel AI gebruikt lager scoort op kritisch redeneren. De verklarende schakel heet cognitive offloading, denkwerk uitbesteden. De spier die je niet gebruikt wordt zwakker, en dat geldt ook voor de spier die oordeelt.

Het MIT Media Lab laat deelnemers essays schrijven, met en zonder taalmodel, en meet ondertussen de hersenactiviteit. Wie het model gebruikt is tijdens het schrijven minder actief, en presteert daarna slechter zodra hij het zonder moet doen. De studie heet Your Brain on ChatGPT. Nu de slag om de arm. Dat zijn 54 deelnemers. Het is een preprint, en de onderzoekers waarschuwen zelf tegen te grote conclusies.

Er zit één bevinding tussen die meestal over het hoofd wordt gezien, en die alles verschuift. Opleiding beschermt. Mensen die gewend zijn om te controleren, blijven controleren. Blootstelling aan de techniek voorspelt de schade minder goed dan de gewoonte van de gebruiker.

Dus niet: je wordt dommer van AI. Wel: AI beloont de gewoonte die je al had. Wie gewend is na te kijken, krijgt er een assistent bij. Wie dat niet gewend is, krijgt een excuus.

Het vak dat zijn eigen buitenkant gelooft

Ik werk veel voor de fitnessbranche, een wereld die op de buitenkant is gebouwd. Daar is niets mis mee, want dat is het product. Maar schrijven is er nooit echt een groot vak geweest. Dus zodra er een machine komt die zonder moeite volzinnen produceert, gaat het snel.

Ik ken een sportschool in het westen van het land waarvan de website volledig door een taalmodel in elkaar is gezet. Je ziet het onmiddellijk. Niet aan de tekst, want die is grammaticaal in orde. Je ziet het aan de opmaak. De letter staat een maat te klein. Er lopen gekleurde streepjes over de pagina die nergens naartoe leiden. En sommige teksten vallen opeens buiten het leuke afgeronde kadertje. Hier wordt maar wat aan gehallucineerd. Er zit geen enkele menselijke logica in.

Het is een kamer ingericht uit een catalogus: over elk meubelstuk apart is nagedacht. Maar nooit één keer over de kamer. Datzelfde zie ik bij een bureau dat op volume draait. Overal dezelfde AI vingerafdruk: de te kleine letter, de willekeurige kleuraccenten, ruimte die nergens op is afgestemd. Ze hebben het moeilijk, dat weet ik, en ik gun ze het werk. Maar wat ze leveren is de proefdruk.

Daarachter zit iets wat me meer bezighoudt dan de esthetiek. Wie volledig op een taalmodel leunt heeft weinig vertrouwen in zichzelf. Er is verschil tussen iemand die zegt "help me dit sneller doen" en iemand die zegt "doe het maar, want ik kan het toch niet". De eerste gebruikt gereedschap. De tweede verstopt zich erachter.

Mijn klant met het bizar lange voorwoord hoort bij de tweede groep, tot ik hem terugstuur. En dan blijkt hij het gewoon te kunnen. Dat is het onderdeel dat me het meest bijblijft. Zijn eigen versie is beter. Niet netter, niet vlotter, beter. Er staat een signatuur in.

Wat er dan wel erodeert

De rekenmachine krijgt deze beschuldiging ook. De spellingcontrole ook. Elke keer blijkt de paniek overdreven, en ik snap dat iemand mij nu in dat rijtje wil zetten. Alleen is er iets anders aan de hand.

Een rekenmachine neemt je de bewerking uit handen en laat het oordeel bij jou. Jij bepaalt nog steeds welke som je maakt en of het antwoord ergens op slaat. Een taalmodel maakt dat onderscheid niet. Het levert de bewerking én het oordeel in één keer af, keurig verpakt, en het oordeel is nou net het stuk waar mijn beroep uit bestaat. Kiezen wat eruit gaat. Zien dat alinea vier hetzelfde zegt als alinea één. Weten dat een letter twee punten groter moet. Voelen dat een zin niet klinkt als de klant zelf.

Dat is geen kennis, dat is smaak, en smaak groeit alleen door hem te gebruiken.

Dus nee, mensen worden niet dommer van AI. Ze worden lui op de duurste plek.

En hoe doe ik dat?

Alles waar ik geen lol aan heb gaat naar AI. Dat is geen bekentenis. Het staat gewoon op een van mijn websites. Twee van mijn teamleden zijn een taalmodel. De een coördineert en schrijft mee, de ander bouwt en repareert. Ze hebben een portret, een profielpagina en een label dat zegt wat ze zijn. Met een knipoog. Want als je dit soort dingen bloedserieus brengt, gelooft niemand je.

Dus als je dit stuk leest als "ouwe ambachtsman moppert over nieuwe machines", dan heb je de verkeerde ambachtsman voor je. Het verschil zit niet in of ik het gebruik. Het verschil zit in wat ik ermee doe voordat het de deur uitgaat.

Van alles wat er hier op een dag voor klanten uit een taalmodel komt, gaat het merendeel de prullenbak in. Niet omdat het slecht is, want dat is het zelden. Het gaat weg omdat het niet klopt met wat we willen zeggen, omdat het te veel is, of omdat het een toon heeft die niet van deze klant is. Dat weggooien is het werk. De machine schrijft, ik beslis. Wie dat omdraait krijgt precies wat mijn klant krijgt: acht pagina's waar niemand in staat. En iets wat ook niemand wil lezen.

De nieuwste schuilplaats

Dit sluit aan op een oudere gewoonte, en die is niet door de techniek uitgevonden. Mensen verstoppen zich graag. Achter een rapport, achter een functietitel, achter een stuurgroep, achter een presentatie van veertig sheets waarin nergens staat wat iemand echt vindt. Dat is een bestaand instinct met een lange staat van dienst.

Nieuw is dat de schuilplaats bijna gratis is en in vier seconden wordt opgeleverd. Vroeger kostte het je twee weken om je achter een rapport te verstoppen, en in die twee weken kwam je jezelf onderweg nog een paar keer tegen. Nu kost het je een prompt. Dit is dus geen nieuw menselijk gebrek. Het is een oud gebrek dat eindelijk kan opschalen.

En de remedie is even ouderwets. Schrijf eens twee A3'tjes vol. Met de hand, of desnoods getypt, maar zelf. Niet omdat handschrift heilig is, maar omdat je op vel twee ontdekt dat je stelling niet klopt. Dat ontdek je nooit als iemand anders het opschrijft, en een taalmodel is iemand anders. Twee A3'tjes leveren minder tekst op dan acht pagina's. Ze leveren wel iets op wat in die acht pagina's ontbreekt: een mening. En het is ook nog eens heel leuk om te doen.

Mijn voorspelling

De slinger gaat terug. Ik zie het nu al beginnen. Ondernemers die een half jaar geleden hun site zelf met een chatbot in elkaar hebben gezet, ontdekken dat er niets aan te verbouwen valt. Er ligt geen systeem onder. Geen raster, geen typografische schaal, geen reden waarom iets staat waar het staat. Alleen losse beslissingen die toevallig naast elkaar zijn beland.

Ze komen terug. Niet omdat ze dommer van AI zijn geworden, en ook niet omdat de techniek tegenvalt, want die is uitstekend. Ze komen terug omdat ze merken dat de techniek geen mening heeft. En het hebben van een merk vraagt juis wel om een mening.

Met het potlood in je hand

Mijn klant doet er vier rondes over om iets te maken wat hij in één ronde kan. Dat is de prijs. Niet dat de machine slecht schrijft, want dat doet ze niet. De prijs is dat er iemand nodig blijft die durft te zeggen dat het niet af is, en dat die iemand steeds vaker van buiten moet komen.

Ik vroeg ooit op LinkedIn of je al dommer van AI wordt. Die vraag is alweer achterhaald. Vroeger keek je zelf de proef na. Dat heette vakmanschap. Nu heet het een tweede offerte.

Bronnen

Michael Gerlich, AI Tools in Society: Impacts on Cognitive Offloading and the Future of Critical Thinking, Societies 15(1), 6, januari 2025.

Nataliya Kosmyna e.a., Your Brain on ChatGPT: Accumulation of Cognitive Debt when Using an AI Assistant for Essay Writing Task, MIT Media Lab, 2025.

Veelgestelde vragen

Geschreven door

Peter van der Steege is merkstrateeg, ontwerper en Ai-regisseur. Hij bouwt merken voor ondernemers en schrijft over wat merken sterk maakt, van strategie tot de rol van AI en menselijkheid. Hij woont en werkt in Groningen.