15 november 2024. Ik lig op de grond van het Noorderplantsoen. Ik weet dat niet uit eigen geheugen, mijn hart nam de beslissing voor me en stuurde me een paar minuten naar een plek waar niemand bij kan. Een hartritmestoornis, een val van de fiets, en een hoofd dat het daarna een tijd lang niet meer met me eens was. Een week UMCG. Daarna ruim twee maanden Beatrixoord.
Het lichaam herstelde volgens een schema. Fysiotherapie, een looplijst, een datum waarop de dokter tevreden knikte. Het schrijven had geen schema. Dat moest ik zelf uitvinden, met een hand die niet meer deed wat ik vroeg.
Een handtekening die ik niet meer herkende
Ik ben linkshandig. Precies de kant die na de val weigerde mee te werken. De eerste keer dat ik een pen vasthield, kwam er een handtekening uit die meer op abstracte kunst leek dan op de krabbel die ik veertig jaar had gebruikt. Onzekere lijnen, een motoriek die ik opnieuw moest leren vertrouwen.
Wat er precies geraakt was, begreep ik pas later. Niet het plezier om iets te maken, dat bleef intact. Wel de vraag waarom ik iets maakte. Bij schrijven vallen die twee normaal samen: je hand vormt de letter, je hoofd bepaalt waarom die letter er staat. Na de val moest ik ze apart heroveren. Eerst de hand. De vraag waarom kwam vanzelf terug zodra de hand het weer volhield.
Ik begon een dagelijks journaal bij te houden, niet omdat het moest van een therapeut, maar omdat het de enige plek was waar ik mezelf weer bij elkaar kon schrijven. Niet de zin telde. De hand die hem gemaakt had, telde.
Een handtekening is het enige stuk tekst dat nergens anders voor dient dan te bewijzen dat jij het was. Geen boodschap, geen argument, geen lezer. Alleen een hand die zegt: hier ben ik. Dat had ik veertig jaar niet meer beseft, tot ik het opnieuw moest leren.
Overal tekst, nergens een hand
Terwijl ik met mijn linkerhand aan een zin werkte, kon een taalmodel er duizend afleveren voordat ik de punt had gezet. Geen aarzeling, geen doorgestreepte poging, geen kladversie die je 's nachts nog dwarszit. Alleen output, en behoorlijk goede output ook.
De cijfers bevestigen wat iedereen al voelde. Onderzoeksbureau Graphite analyseerde 65.000 Engelstalige artikelen, gepubliceerd tussen 2020 en mei 2025, en ontdekte dat het aandeel AI-geschreven content sindsdien is gestegen van ongeveer 10 naar 52 procent. Voor het eerst schrijft de machine meer dan de mens.
Je kunt zeggen: een tekst is een tekst, het gaat om de gedachte, niet om wie de vingers bewoog. Dat klopt voor een boodschappenlijstje. Maar ik heb net twee maanden besteed aan het herleren van iets wat elk kind dat mag typen, nooit meer hoeft te doen: een gedachte fysiek door een lichaam naar papier laten gaan. Dat kostte iets. En wat iets kost, verandert wat het waard is.
Wat de machine niet kan overnemen
Ik werk zelf dagelijks met AI. Ik ben geen tegenstander van het gereedschap, ik gebruik het de hele dag door om te denken, te structureren, te redigeren. Maar een taalmodel kan geen novemberdag in het Noorderplantsoen voor me hebben meegemaakt. Het kan geen handtekening voor me hebben herleerd. Het kan alleen klinken alsof het dat wel deed, en daar begint het bedrog.
Woorden die ergens vandaan komen, zijn zeldzamer geworden. Niet omdat er minder geschreven wordt, er wordt meer geschreven dan ooit. Maar het aanbod is oneindig geworden, en de herkomst niet. Een tekst zonder litteken is niet per se slecht. Hij is alleen vervangbaar, en dat is iets anders.
AI versterkt wat er al is. Een scherpe stem klinkt er scherper door, een leeg verhaal klinkt er alleen maar sneller leeg door. Dat geldt voor de merken die ik begeleid, en het bleek deze keer ook te gelden voor mezelf: het gereedschap kon pas iets voor me doen nadat ik zelf weer wist hoe een zin uit mijn eigen hand voelde.
Twee handen
Ik schrijf nu met twee handen. De rechter voor het dagelijkse werk, sneller dan de linker ooit zal worden. De linker voor de dagen dat ik iets wil opschrijven dat alleen van mij mag zijn: een journaal, een verjaardagskaart, een handtekening onder een contract dat ertoe doet.
Beide handen zijn van mij. Dat is het enige wat een algoritme nooit kan claimen, hoe goed de zin er ook uit komt.
Een ode aan de pen dus.